Aandelen en obligaties uitgelegd
Met een aandeel word je mede-eigenaar van een bedrijf, met een obligatie leen je geld uit in ruil voor rente.
Stel dat je vriend een foodtruck begint. Je kunt een stukje van de truck kopen: dan deel je mee in de winst, maar ook in het verlies. Of je leent hem geld: dan krijg je elk jaar een vast bedrag rente en later je geld terug, maar je krijgt niets extra als de truck een hit wordt.
Wat is een aandeel?
Een aandeel is een klein stukje eigendom van een bedrijf. Gaat het goed met het bedrijf, dan wordt je aandeel vaak meer waard. Soms krijg je ook een deel van de winst uitgekeerd, dat heet dividend.
Gaat het slecht, dan daalt de koers. Dat is de prijs van het aandeel op de beurs. In het ergste geval gaat het bedrijf failliet en is je aandeel bijna niets meer waard. Een aandeel heeft geen einddatum: je krijgt je geld alleen terug door het te verkopen.
Wat is een obligatie?
Een obligatie is een lening aan een bedrijf of een overheid. Je krijgt meestal elk jaar een vaste rente, die heet coupon. Aan het eind van de looptijd krijg je je inleg terug, als de lener dan nog kan betalen.
Obligaties schommelen meestal minder dan aandelen. Gaat een bedrijf failliet, dan worden de leners eerder terugbetaald dan de eigenaren. Toch zijn ook obligaties niet zonder risico: de lener kan in de problemen komen, en de waarde daalt als de rente in de markt stijgt.
Waarom die rente-koppeling?
Stel dat jij een obligatie hebt met 3 procent rente. Nieuwe obligaties geven ineens 4 procent. Dan wil niemand jouw obligatie nog voor de volle prijs kopen. De waarde daalt dus, ook al betaalt de lener gewoon netjes.
Wat betekent dit voor jou?
Aandelen geven meer kans op groei en meer schommelingen. Obligaties geven meestal rust en een lagere verwachte opbrengst. Veel beleggers combineren ze. Hoe langer je het geld kunt missen, hoe meer ruimte er doorgaans is voor aandelen. Hoe eerder je het nodig hebt, hoe belangrijker rust wordt.
Rekenvoorbeeld: Daan (26)
- Daan koopt 10 aandelen van 100 euro: totaal 1.000 euro.
- Stijgt de koers naar 110 euro, dan zijn ze 1.100 euro waard. Daalt hij naar 80 euro, dan nog 800 euro.
- Daan koopt ook een obligatie van 1.000 euro met 3% rente en een looptijd van 5 jaar.
- Hij krijgt 5 jaar lang 30 euro per jaar: samen 150 euro, plus aan het eind zijn 1.000 euro terug, als de lener kan betalen.
Bij het aandeel weet Daan niet wat hij terugkrijgt. Bij de obligatie weet hij het vooraf, zolang de lener niet in de problemen komt.
Let op
- Denken dat obligaties altijd veilig zijn: ook die kunnen in waarde dalen.
- Al je geld in één aandeel stoppen omdat je het bedrijf leuk vindt.
- Een hoge rente op een obligatie zien als cadeau; vaak hoort er meer risico bij.
Slim om te weten
- Kijk wie de lener achter een obligatie is en hoe betrouwbaar die is.
- Gebruik fondsen om in één keer in veel aandelen of obligaties te beleggen.
- Pas de verhouding aandelen en obligaties aan op hoe lang je het geld kunt missen.
Wat betekent dit voor jou?
Reken het uit met je eigen cijfers, of laat het gratis doorrekenen door een onafhankelijk adviseur.
Dit is uitleg, geen persoonlijk advies. Regels en bedragen kunnen veranderen.Beleggen brengt risico met zich mee: de waarde kan dalen en je kunt (een deel van) je inleg verliezen.