Inflatie: waarom je geld minder waard wordt
Inflatie betekent dat prijzen stijgen, waardoor je met hetzelfde bedrag minder kunt kopen.
Inflatie is als een ijsje op een warme dag. Het bolletje lijkt even groot als je het koopt, maar als je te lang wacht smelt er steeds een stukje af. Geld dat stil op een rekening ligt, smelt langzaam op dezelfde manier.
Wat is inflatie?
Inflatie is de stijging van de prijzen van producten en diensten over een jaar. Het CBS meet dit elke maand met een vast mandje van dingen die huishoudens kopen, van brood en energie tot kappers en vakanties. Stijgt de prijs van dat mandje met 3 procent, dan is de inflatie 3 procent.
Het gevolg is dat je koopkracht daalt als je inkomen of spaargeld niet even hard meegroeit. Koopkracht is wat je echt kunt kopen met je geld.
Hoe hoog is de inflatie nu?
Volgens een snelle raming van het CBS waren de prijzen in september 2026 gemiddeld 3,4 procent hoger dan een jaar eerder. In augustus was dat 3,3 procent en in april 2,8 procent. De inflatie loopt in 2026 dus iets op.
De grootste stijger is energie, inclusief brandstof, met bijna 14 procent. Diensten werden ongeveer 4 procent duurder. Voedingsmiddelen werden juist iets goedkoper, wat de totale inflatie wat afremde. Jouw eigen inflatie kan anders zijn, omdat je misschien meer of minder aan energie uitgeeft dan gemiddeld.
Wat doet inflatie met spaargeld?
Krijg je op je spaarrekening minder rente dan de inflatie, dan groeit het getal op je rekening wel, maar kun je er minder mee kopen. Dat heet een negatieve reële rente. Op dit moment geven veel grote banken een spaarrente die lager is dan de inflatie.
Dat betekent niet dat sparen zinloos is. Voor je buffer en voor doelen binnen een paar jaar is zekerheid belangrijker dan rendement. Voor geld dat je lang niet nodig hebt, kiezen sommige mensen voor beleggen. Daar staat tegenover dat de waarde kan dalen.
Wat betekent dit voor jou?
Kijk bij loonsverhogingen of ze de inflatie bijhouden. Een verhoging van 2 procent bij een inflatie van 3,4 procent is in koopkracht een kleine achteruitgang. Slim om te weten: in cao's staan vaak loonafspraken die rekening houden met de prijsstijging.
Rekenvoorbeeld: Tom (25)
- Tom heeft € 5.000 op een spaarrekening met 1,2 procent rente.
- Na een jaar staat er € 5.060 op zijn rekening.
- De prijzen zijn in die tijd 3,4 procent gestegen.
- Wat vorig jaar € 5.000 kostte, kost nu € 5.170.
- In geld van vorig jaar is zijn € 5.060 nog ongeveer € 4.894 waard (€ 5.060 gedeeld door 1,034).
- Hij heeft dus ongeveer € 106 aan koopkracht verloren, ondanks de rente.
- Zijn wekelijkse boodschappen van € 80 zouden bij dezelfde stijging € 82,72 kosten.
Het bedrag op je rekening kan groeien terwijl je er toch minder mee kunt doen. Rente en inflatie moet je altijd samen bekijken.
Let op
- Alleen naar het bedrag op je rekening kijken en niet naar wat je ermee kunt kopen.
- Uit angst voor inflatie al je buffer gaan beleggen.
- Een loonsverhoging als winst zien terwijl de prijzen harder stijgen.
Slim om te weten
- Vergelijk je spaarrente elk jaar met de inflatie van het CBS.
- Houd je budget actueel, want vaste lasten zoals energie stijgen mee.
- Bekijk bij een loonsverhoging hoeveel er netto overblijft na de prijsstijging.
Dit is uitleg, geen persoonlijk advies. Regels en bedragen kunnen veranderen.