Een budget maken dat werkt
Een budget is een plan voor je geld vóór je het uitgeeft, zodat je zelf kiest waar het naartoe gaat.
Een budget is als een boodschappenlijstje voor je hele maand. Zonder lijstje loop je de winkel uit met dingen die je niet nodig had en ben je het brood vergeten. Met lijstje weet je vooraf wat er in je mandje komt, en is er nog ruimte voor iets lekkers.
Vaste lasten en vrije uitgaven
Begin met twee bakjes. Vaste lasten zijn kosten die elke maand terugkomen en die je niet zomaar stopt: huur, zorgverzekering, energie, internet, telefoon en je abonnementen. Vrije uitgaven zijn de dingen waar je per week zelf over beslist, zoals uit eten, kleding en uitjes.
Boodschappen zitten er een beetje tussenin. Je moet eten, maar of je € 60 of € 100 per week uitgeeft heb je deels zelf in de hand. Zet ze daarom apart, dan zie je beter waar je kunt schuiven.
De 50/30/20-vuistregel
Een bekende vuistregel verdeelt je netto inkomen in drie delen. Ongeveer de helft gaat naar vaste lasten en noodzakelijke kosten. Ongeveer 30 procent is voor leuke dingen en persoonlijke wensen. De laatste 20 procent zet je opzij voor later: sparen, schulden aflossen of eventueel beleggen.
Het is een richtlijn, geen wet. Uit cijfers van het Nibud blijkt dat veel Nederlanders al 50 tot 55 procent kwijt zijn aan vaste lasten. In een stad met hoge huren kom je daar makkelijk boven. Dan pas je de verhouding aan, bijvoorbeeld 60/25/15. Het belangrijkste is dat er elke maand iets naar het laatste bakje gaat.
Zo maak je je budget in vier stappen
Kijk eerst terug. Haal de afschriften van de afgelopen drie maanden erbij en tel per soort uitgave op wat eraf ging. Jaarlijkse kosten, zoals een verzekering die je in één keer betaalt, deel je door twaalf. Zo voorkom je dat ze je verrassen.
Kies daarna per bakje een bedrag dat realistisch is. Zet je spaarbedrag meteen vast op de dag dat je salaris binnenkomt. Kijk na een maand of het plan klopt met wat er echt gebeurde, en stel het bij. Een budget is nooit in één keer perfect.
Wat betekent dit voor jou?
Een budget gaat niet over minder plezier. Het gaat erover dat je weet wat er kan. Als je zeker weet dat je spaargeld en vaste lasten al geregeld zijn, mag je de rest met een gerust gevoel uitgeven. Slim om te weten: het Nibud heeft gratis hulpmiddelen om je uitgaven te vergelijken met die van vergelijkbare huishoudens.
Rekenvoorbeeld: Sanne (26)
- Sanne verdient € 2.400 netto per maand.
- Haar vaste lasten: huur € 850, zorgverzekering € 160, energie en internet € 60, verzekeringen € 30, OV en abonnementen € 50, boodschappen € 300. Samen € 1.450.
- Dat is ruim 60 procent van haar inkomen, meer dan de 50 uit de vuistregel.
- Ze kiest voor 60/25/15: € 360 sparen (15 procent) en € 590 voor vrije uitgaven.
- € 1.450 + € 360 + € 590 = € 2.400. Alles heeft een bestemming.
- In een jaar spaart ze zo € 4.320.
De 50/30/20-regel past niet bij iedereen precies. Door de verhouding eerlijk aan te passen houdt Sanne toch elke maand een vast spaarbedrag over.
Let op
- Jaarlijkse kosten vergeten, zoals een verzekering of contributie die één keer per jaar wordt afgeschreven.
- Een te strak budget maken waardoor je het na twee weken loslaat.
- Alleen plannen en nooit terugkijken of het plan klopte.
Slim om te weten
- Gebruik aparte rekeningen of potjes voor vaste lasten, sparen en vrij geld.
- Plan elke maand een vast moment van tien minuten om je uitgaven na te lopen.
- Laat een klein bedrag voor onverwachte kleine uitgaven in je budget staan.
Dit is uitleg, geen persoonlijk advies. Regels en bedragen kunnen veranderen.